Vandaag deel 1: Labee en De Vries in beachvolleyballand
![]() |
| Patricia Labee |
Nu is de zaalcarrière bijna afgelopen en gaat er een nieuw avontuur beginnen. Labee: “Ik vond beachvolleybal veel leuker dan indoor, maar ik had geen partners die er vol voor wilden gaan. Toen kwam gelukkig Mered op mijn pad. Ik had net een jaar in Italië gespeeld en wilde het jaar daarna in Frankrijk gaan spelen, maar hier heb ik veel meer passie voor.” De Vries was al eerder besmet met het beachvirus en speelde zes jaar op het strand. De echte partner had ze echter nog niet gevonden. “De afgelopen vier jaar ben ik vier keer derde geworden op het Nederlands kampioenschap, maar ook vier keer met een andere speelsters naast me in het veld. Ook ik speelde in Italië, maar ondanks een leuk jaar wilde ik toch echt iets anders. Vorig jaar klikte het zo goed met Patricia dat ik blij ben dat ze wel een blijvertje is.”
Beide dames hadden een vrij zeker bestaan. Speelden in Italië en konden altijd wel bij een club terecht. Toch kozen ze voor het avontuur. De Vries: “Het is anders als je topspeelster bent en minimaal vijftigduizend euro per seizoen verdiend. Dat was gewoon niet zo.” Beachvolleybal maakt ook een ontwikkeling door. Tien jaar geleden was het in Atlanta voor het eerst een Olympische sport en sindsdien wordt de sport steeds groter. De Nederlandse volleybalbond heeft sinds dit jaar een aparte beachtak en voor de komende zomer het Europees kampioenschap naar Scheveningen gehaald. De Vries: “De bond heeft een trainingsprogramma voor de winter, onder begeleiding van Casper Groenehuiizen beschikbaar
![]() |
| Mered de Vries |
De trainer is er vooral voor de details. De samenwerking in het veld is daarin voor De Vries belangrijk. “Hij kan er voor zorgen dat je onderling het beste uit elkaar haalt. Hij zorgt ervoor dat ik Patricia beter laat spelen en andersom.” Labee: Wat ook belangrijk is dat hij er ons op wijst dat we met z’n tweeën zijn. We zijn topsporters en willen alles goed doen. Als je een fout maakt ben je er met je partner om de fout op te lossen.”
Wedstrijden worden vaak beslist door een paar punten en mentaliteit is daardoor enorm belangrijk De Vries: “Mentaal sterk zijn is tachtig procent van het spel, misschien nog wel meer. Je moet niet gaan nadenken tijdens de wedstrijd, want dan gaat het mis. Je moet je side-outs halen en wachten op je kans. Laat de tegenstander de fout maar maken.”
Vergeleken met zaalvolleybal wordt er individueel veel meer van je verwacht. Labee: “Op het strand moet je alles zelf doen, terwijl bij het indoor alles voor je wordt geregeld. De coach neemt een time-out en vertelt hoe het wel moet of een teamgenoot lost het voor je op. Bij beachvolleybal kan dit niet. Volleyballen kunnen we allebei, maar aan het beachen kunnen we nog vijzelen.”De dames zullen dan ook hard aan het werk moeten, maar De Vries ziet dat wel zitten. “We willen allebei het hoogst haalbare bereiken en daar vol voor gaan. We sluiten goed op elkaar aan en belangrijk daarbij is ook een stukje humor.” Labee sluit zich daar volledig bij aan en besluit goedlachs: “Als ik niet kan lachen dan stop ik ermee.”
Donderdag verschijnt op Sporttribune het tweede deel van het interview met Labee & De Vries.








