Vandaag deel 2: Vol vertrouwen op weg naar Peking
De twee blondines zien het helemaal zitten. Toeren over de wereld, toernooitjes meepakken en punten scoren. Dan op naar Peking. Maar zo makkelijk als het klinkt, zo zal het in de praktijk niet gaan. Maar onmogelijk is het niet. Met veel inzet, strijd, kwaliteit en ook wat geld is veel mogelijk in de topsport van beachvolleybal. “We hebben een programma gemaakt voor de komende twee zomers”, zegt Labee. “Hierbij hebben we berekeningen gemaakt, waar we bijvoorbeeld aan het einde van deze zomer moeten staan. We moeten een gedegen plan hebben om er te komen.”
Om ‘er’ te komen, moet je de juiste mensen achter je hebben staan. Sponsoren maken hier een essentieel onderdeel van uit. Zo moet er verantwoording afgelegd worden aan de hoofdsponsors. Volgens De Vries komt het team één sponsor tekort om het succesplaatje compleet te maken. “Met Nyenburgh en PowerPlate hebben we twee hoofdsponsors, maar in principe hebben we er nog één nodig. Verder gaan we wel de goede kant op.” En dat laatste stukje zou zomaar komende zomer kunnen komen. “Als we goed presteren kom je automatisch meer in de aandacht, dus we weten wat er te doen staat.” Labee: “Het prijzengeld komende zomer is ook nog een onzekere factor, maar alles wat we verdienen zullen we direct terugstoppen in het beachvolleybal.”
Te beginnen 24 april. Dan mogen de voormalige indoor-volleybalsters op trainingskamp naar Tenerife om zich voor te bereiden op de eerste World Tour. Vervolgens begint het seizoen in mei met een World Tour in Modena, Turkije en China. “Vooral Turkije wordt belangrijk”, zegt De Vries. “Omdat het de aanloop is richting het EK, komende augustus in Nederland.”
De dames blijven dan ook naar het buitenland gaan. De Vries vertelt waarom. “Het is belangrijk dat we door blijven trainen in échte omstandigheden. Zon, wind, regen, al dat soort meer is belangrijk om goed te kunnen trainen. Het heeft namelijk een heel grote invloed op de sport. In een hal heb je die omstandigheden niet.” Ook in de ondergrond zit een wereld van verschil. Zelfs tussen het Nederlandse, zegt Labee. “Het zand van Scheveningen is geheel anders dan dat van Katwijk. Maar soms lijkt het wel indoor, zeker in de grote steden. Daar gooien ze dan gewoon bouwzand neer en daar kun je op staan. Minder goede teams die uit de zaal komen kunnen dan nog redelijk presteren. Voor ons is zoiets zeer frustrerend.”
Vanaf 1 januari 2007 beginnen de kwalificaties voor de Olympische Spelen. Labee/De Vries moeten genoeg punten halen om Peking in het vizier te houden. “We moeten een aantal keer de top acht halen bij een World Tour, top twaalf bij Grand Slams en we moeten op het EK in de top vier eindigen”, vertelt De Vries. “Zo zijn er verschillende meetmomenten. In 2008 moet je vervolgens ‘vormbehoud’ tonen.” Er mogen twee teams naar de Olympische Spelen. Met concurrenten als Rebekka Kadijk/Merel Mooren en Sanne Keizer/Marrit Leenstra wordt het een hevige strijd. “Het wordt lastig, dat weten wij ook. Die twee andere teams staan een straatlengte voor op de wereldranglijst”, zegt De Vries, die de onderlinge duels niet eens als een groot obstakel ziet. “Winnen van hun zal niet hét probleem worden. Wel om ze in te halen op de worldranking. Veel mensen twijfelen misschien aan de haalbaarheid van onze doelstelling, maar wij hebben veel vertrouwen. Anders zouden we ook niet begonnen zijn aan dit verhaal.”
![]() |
| Labee en De Vries |
Niet alleen de trainer geeft meer rust. Ook het samenspel vordert iedere dag. Labee en De Vries moeten aan elkaar wennen en dat is niet vreemd. De Vries: “Er zit een stijgende lijn in ons samenspel. We hebben het atletische vermogen om minimaal hetzelfde neer te zetten als de andere Nederlandse teams.
Afgelopen zomer hebben beide dames goede resultaten neergezet, tegen bijvoorbeeld Keizer/Leenstra. Dit geeft aan dat er genoeg mogelijk is voor Labee/De Vries. “We hebben ook een heel grote stap internationaal gemaakt door afgelopen december vijfde te worden in Thailand. Daar speelden we tegen een aantal teams uit de top twintig van de wereld, en dat ging goed”, vertelt De Vries. Met een parttime indoorcarrière was dat een goede prestatie. Mentaal zijn ze beide een stap verder wat goede hoop met zich meebrengt. De Vries weet echter wel de boel te relativeren. “Je moet niet van jezelf verwachten dat je de eerste twee toernooien gelijk gaat pieken, want dat zal zwaar tegenvallen. We gaan er nu vanuit dat de eerste twee toernooien even wennen is. Daarna komen we wel in vorm en kunnen we die stijgende lijn hopelijk doortrekken.”
Eerder deze week kon u het eerste deel lezen van het interview
Bovenste foto: labeedevries.com







